De Stuufeilandbewoners

Weet jij al hoe ze op Stuufeiland terecht gekomen zijn?

Vele jaren geleden, op de plek waar nu Kampeerdorp de Zandstuve ligt, lag een eiland omringd door water. Het was een onbewoond stuk land, dat Stuufeiland heette, omdat het prachtig witte stranden van stuifzand had. Nog nooit was het door mensenvoeten betreden. Maar daar kwam voorgoed verandering in na het volgende avontuur.

Het verhaal over Stuufeiland

Het was een mooie warme nacht, toen Cobus de blauwe Uil besloot de langste vlucht te maken uit zijn hele uilenbestaan. Hij wilde net zijn vleugels uitslaan, toen plotseling zijn naam werd geroepen: “Cobus, wacht op mij! Ik ga mee!” Er kwam een kleine, dappere jongen aangerend met een stok in zijn handen en een grappige bladerhoed op zijn hoofd: het was Berk. Hij klom op de rug van de uil en greep zich met twee handen zoveel mogelijk aan de blauwe veren vast. Cobus nam een trage aanloop en maakte een paar onhandige vleugelslagen, maar schoot daarna ineens de lucht in. Berk moest zich goed vasthouden. Hij hield zijn ogen dichtgeknepen en wachtte tot het geklapper van de vleugels rustiger werd en er bijna niets meer te horen was op het suizen van de wind na. Langzaam opende hij zijn ogen en keek naar beneden. Ze waren al zo hoog, dat hij de grond al bijna niet meer kon zien. Zo zweefden ze uren door de lucht.

Berk schrok wakker van de zon die in zijn gezicht scheen. Hij had zeker een paar uur op de rug van de uil geslapen. Cobus was onvermoeibaar doorgevlogen, maar begon langzaamaan zijn vleugels te voelen. “Nog even volhouden, Cobus! Je kunt nu nergens landen, we vliegen nog boven zee! Ik ga op zoek naar land!” riep Berk en hij haalde zijn verrekijker uit zijn tas. Plotseling riep hij: “Daar! Ik zie een eiland! Kom op Cobus, je kunt het!” De uil steunde en kreunde en vloog met zijn laatste krachten naar het eiland. De twee vrienden dachten dat ze helemaal alleen op het eiland waren en hadden niet door dat een heleboel kleine oogjes hen aandachtig bekeken vanuit de bossen. “Zou dit nou een onbewoond eiland zijn?” vroeg Berk. Cobus haalde zijn schouders op. Ze onderzochten het hele eiland en het meeste speurwerk kwam natuurlijk van Berk, aangezien Cobus alleen maar aan zijn lege maag kon denken. Het enige wat ze vonden waren de sporen van dieren in het zand. Vermoeid kwamen ze ’s avonds weer op de plek waar hun zoektocht begonnen was en ze vielen bijna meteen in slaap op het warme zandstrand.

De volgende ochtend werd Berk wakker geschud door Cobus. Hij wreef zijn ogen uit en luisterde aandachtig. “Het lijkt wel of ik stemmen hoor,” dacht Berk. “Hoe kan dat nou? Het is toch een onbewoond eiland?” Hij stond op en liep richting het bos, waar de stemmen vandaan leken te komen. Plotseling kwam er een vreemd mannetje tussen de takken tevoorschijn. Het was een bewegende boom met takken en een baard van bladeren. “Stuufhoi, ik ben Steef. Het alleroudste Zandstuvertje. Wij zijn een volkje dat op dit eiland leeft. Eindelijk zijn jullie er: welkom op Stuufeiland! Ik ben blij dat jullie het gevonden hebben.” Berk keek zijn ogen uit en ook Cobus kwam een stapje dichterbij. Zo’n vreemd mannetje van takken en bladeren hadden ze nog nooit gezien, maar hij zag er wel vriendelijk uit. “Ik ben blij dat we welkom zijn,” zei Berk opgelucht. En zo besloten Berk en Cobus op het eiland te gaan wonen.

Cobus werd een goede vriend van Steef en al snel leerde hij ook de andere Zandstuvertjes Stiefje Liefje en Stuif Druif kennen. Berk trok veel op met Steef, die hem allerlei dingen vertelde over de natuur en hem ook de spoorspreuken leerde lezen. Berk groeide op tussen de Zandstuvertjes en werd steeds groter en sterker. Hij had al een groot nest voor Cobus gebouwd en legde nu net de laatste hand aan een heuse vuurtoren om zelf in te wonen. Zo kon hij de hele wijde zee overzien. Toen de vuurtoren helemaal klaar was, was er een groot feest op het strand. De hele avond hadden Berk en Cobus het stuversgezellig met hun nieuwe vrienden. Op het hoogtepunt van het feest nam Steef het woord. “Beste Berk, dit is voor ons allen een plechtig moment. De vuurtoren is af en jij hebt nu zoveel over het zand en de natuur geleerd, dat wij je nu officieel benoemen tot: Zandwachter.” Iedereen klapte voor Berk. Hij werd er stil van en ineens stopte iedereen met klappen. De zon kleurde het water rood en Berk hoorde iets, wat hij nog nooit gehoord had. Het was prachtig! Stiefje Liefje kwam naast hem staan en vertelde hem: “Dat is nou het Avondfluister. Je hoort het alleen op Stuufeiland als je heel erg lief bent.”

De volgende dag scheen de zon. Dat was niets bijzonders, want op Stuufeiland schijnt de zon altijd. Berk stond op zijn vuurtoren en keek uit over de zee. Plots zag Berk door zijn verrekijker gespartel in het water en hij dacht dat hij iets kopje onder zag gaan. Hij bedacht zich geen moment en rende naar beneden. Cobus en de Zandstuvertjes keken hem geschrokken na, ze hadden niets gemerkt. Berk rende een stukje de zee in, maar zag nog niets. “Pas op voor de sterke onderstroom van het water!” riep Steef vanaf het strand, maar nog voor Berk kon antwoorden werd hij meegezogen richting de open zee. Hij zwom zo hard als ie kon, maar hij dreef steeds verder van het eiland af. Alle Zandstuvertjes stonden in paniek door elkaar te roepen aan de kant van het water en Cobus kon zijn beste vriend helaas ook niet helpen omdat hij niets kon zien door de felle zon. De Zandstuvertjes waren verdrietig en troostten elkaar, omdat ze hun goede vriend nooit meer zouden zien. Ook Cobus was ontroostbaar...

Plotseling werden ze opgeschrikt door gespetter in de branding. Ze keken om en zagen een prachtige zeenimf met Berk in haar armen. Ze legde hem voorzichtig in het warme zand. De Zandstuvertjes waren door het dolle van vreugde! Ze legden Berk in de lekkerste hangmat die er was en de zeenimf verzorgde hem tot hij weer bij kennis kwam. “Stuufhoi,” zei ze “ik ben Bella de Zeenimf.” Berk keek in de twee mooiste ogen die hij ooit had gezien. “Ik ben Berk de Zandwachter,” antwoordde hij. “Wat is er gebeurd?” Bella vertelde hoe Berk in de zee terechtgekomen was en hoe ze hem gered had. “Dank je wel!” zei Berk. “En zou je vanavond nog eens terug willen komen? Dan zal ik je het prachtige Avondfluister laten horen om te je te bedanken.” “Dat is goed,” zei Bella, “dan neem ik mijn schelp mee om je het zeezacht te laten horen. Tot Stuuf!” en met een sierlijke duik verdween de zeenimf in het water.

Die avond zat Berk in het strandzand te wachten op de terugkomst van de zeenimf. Het was stil aan het strand. Uit het niets verscheen Bella in de branding met in haar armen een grote zeeschelp. Berk hielp haar uit het water. De zeenimf vertelde prachtige verhalen over avonturen uit de zee. “Dan zal ik je nu het Zeezacht laten horen,” sprak ze en zette de zeeschelp tegen het oor van Berk. Hij luisterde aandachtig en hoorde de mooiste zeegeluiden die hij ooit had gehoord. Nadat ze een tijdje naar het Zeezacht hadden geluisterd zei Bella dat ze nu wel het Avondfluister wilde horen. “Oké,” zei Berk “dan moet het rustig zijn, gezellig en de avond moet rood kleuren. Dat klopt allemaal. Oh ja, je moet lief zijn, nou dat klopt ook wel!” zei hij wat verlegen en zijn wangen kregen een rode kleur. Ineens hoorde Bella het. Het allermooiste geluid dat ze ooit gehoord had! Samen bleven ze nog lang naar het Avondfluister luisteren totdat de zon helemaal onder was gegaan en ze spraken af om nog vaker naar het Avondfluister te gaan luisteren. Berk had er een nieuwe vriend bij.

Cobus, Berk, Bella en de Zandstuvertjes hadden het erg naar hun zin. Op een dag had Bella een geweldig idee: “Weet je wat? We zouden het hier nog gezelliger kunnen maken!” De Zandstuvertjes, Cobus en Berk keken haar vragend aan. “Nou kijk, wij hebben het met z’n allen al zo leuk. Stel je nou eens voor dat we met nog meer mensen zouden zijn. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd!” “Maar hoe dan?” vroeg Berk. “Hartstikke simpel! We nodigen gewoon allerlei leuke, lieve en gezellige kinderen uit met hun ouders die dan een tijdje komen logeren op ons eiland! Zou dat niet fantastisch zijn? Dan kunnen we elke dag met elkaar zwemmen, dansen, zingen, spelen en ga zo maar door!” Iedereen vond het een geweldig idee. Ze bedachten direct allerlei manieren om zoveel mogelijk kinderen naar Stuufeiland te krijgen. Berk begon direct met versturen van de uitnodigingen, Bella vond het een mooie gelegenheid om Stuufeiland eens helemaal schoon te maken en De Zandstuvertjes bedachten allerlei leuke spelletjes voor op het strand en in het bos. Cobus keek de hele dag lui vanuit zijn nest toe of alles wel goed ging. Gelukkig was dat het geval en al snel waren ze klaar om alle nieuwe vriendjes te ontvangen op hun mooie eiland.

De volgende morgen was iedereen op het strand aanwezig, gespannen en nerveus, in afwachting van de kinderen van het vaste land. Toen kwam Berk vanuit zijn vuurtoren naar beneden gerend. “Ze komen eraan!” riep hij vrolijk. Berk, Bella en Cobus heetten de kinderen van harte welkom op Stuufeiland. Het was een groot succes, want bijna het hele strand stond vol met kinderen. Het was zo gezellig, dat iedereen bleef kletsen en met z’n allen speelden ze gezellige Stuufspelletjes. De tijd ging zo snel, dat het al gauw zo laat was dat de ondergaande zon het water rood kleurde. En iedereen luisterde ademloos naar het Avondfluister dat als muziek in je oren klonk. Niet veel verderop kwamen er twee watergorgels uit met hun hoofd uit de branding omhoog. Het waren Wart en Wiertje en net als alle andere Watergorgels konden ook zij niet tegen zoveel gezelligheid. Mopperend verdween Wiertje weer de zee in, op de schouder van zijn neef Wart, zonder dat iemand had gemerkt dat ze er waren geweest.

Berk bouwde samen met de Zandstuvertjes op het eiland nog een Speelkasteel, speciaal voor Cobus en alle kinderen. Bovenin dat Speelkasteel maakten ze een groot en gezellig nest. Zo had Cobus een eigen slaapplaats en was ie toch gezellig bij de kinderen. Met de kinderen had Bella afgesproken dat ze elke keer dat de kinderen vrij waren van school, op bezoek mochten komen op Stuufeiland, zodat het altijd een groot feest was!

Tegenwoordig is Stuufeiland veel makkelijker te vinden dan vroeger, omdat het water dat het eiland altijd heeft omringd, in de loop der jaren is gezakt. Stuufeiland is dus eigenlijk geen eiland meer. Toch kun je nog steeds het Avondfluister horen als je ’s avonds stil bent en de zon rood aan de hemel staat. Al met al begint Stuufeiland steeds meer op een dorp te lijken, maar het is er nog altijd even mooi en gezellig als op de dag dat Berk en Cobus op het eiland aankwamen.